De gemiddelde uitstoot van verkochte vrachtwagens tussen 1 juli 2025 en 30 juni 2026 moet 15 procent lager zijn dan in 2019. Dit zijn de regels die de Europese Unie aan vrachtwagenfabrikanten heeft opgelegd. Voldoen ze niet aan deze eis, dan volgen er enorme boetes. Voor de fabrikanten is het dus erg belangrijk te voldoen aan de regels. Niet alleen met elektrische vrachtwagens, maar ook met zuinigere dieselmodellen proberen zij de CO2-uitstoot te beperken.
In een tussentijdse rapportage van het ICCT (International Council on Clean Transportation) blijkt dat de meeste fabrikanten op weg zijn om het gestelde doel te halen. De onderzoekers baseren zich op data van 2019 tot 2023. Bij vijf van de zeven merken neemt de gemiddelde CO2-uitstoot zodanig af dat ze de doelstelling van 2025 lijken te halen. Volvo en Scania hebben de beperking van 15 procent zelfs al gehaald. MAN, DAF en Renault zijn goed op weg.
Achterblijvers
Mercedes-Benz en Iveco staan er echter minder goed voor. Zij hebben nog een flinke inhaalslag te maken, willen zij 15 procent reductie halen. Voor Mercedes-Benz is dit waarschijnlijk niet zo’n probleem: afgelopen maanden hebben zij veel exemplaren van de eActros 600 kunnen afleveren. Elektrische vrachtwagens stoten geen CO2 uit en zijn dus heel gunstig voor de berekeningen. Iveco daarentegen start pas volgend jaar met het leveren van zijn S-eWay. Het risico dat dit merk de doelstelling niet gaat halen, lijkt reëel.
Voor elk procentpunt dat de doelstelling niet gehaald wordt, krijgt de fabrikant een CO2-boete van 100 miljoen euro. Dat kan dus snel oplopen. Zelfs als de fabrikanten de doelstelling van 2025 wel halen, zijn zij nog niet veilig. In 2030 moet de CO2-besparing 45 procent bedragen, in 2040 65 procent.





